Schaal berekenen uitleg

De schaal is een verhouding.

Het gaat hierbij om de verhouding tussen het object in de werkelijkheid en de afbeelding of het model ervan. De meeste gebruikelijke manier om de schaal uit te drukken is in breuken. Zo wordt op een landkaart de schaal aangegeven met 1 : 10. Deze ‘schaal’ geeft niets anders aan dan dat 1 centimeter, mits het hier om centimeters gaat, op de kaart in werkelijkheid 10 centimeter bedraagt.

Wanneer de schaal niet staat aangegeven is het mogelijk deze zelf te berekenen.

Hiertoe dient de werkelijke afmeting van het object bekend te zijn. Vervolgens moet precies hetzelfde object opgemeten worden in het op maat gemaakte model of in de schaalafbeelding. Zoals eerder genoemd is een breuk de gebruikelijke methode om de schaal te duiden. Om hiertoe te komen dient de werkelijke maat gedeeld te worden door de maat in het schaalobject.
De schaal van een tekening waarbij bijvoorbeeld een schilderij, dat in werkelijkheid 3 meter breed is, op de tekening 2 centimeter breed is komt op de volgende wijze tot stand: Het werkelijke aantal centimeters van 300, 3 meter is tenslotte 300 centimeter, moet worden gedeeld door 2 centimeter in de schaalafbeelding. De schaal is dan 1 : 150.